John Damsma

Musicus (dirigent, arrangeur en cellist)

Auteur: John Damsma

TIPS voor JURYLEDEN bij MUZIEKFESTIVALS

  • Jureren (beoordelen) is iets anders dan waarderen. Waardering voor een creatief  product dat is een kwestie van smaak. Maar het beoordelen van de kwaliteit is dat zeker niet.

    Zelf maak ik graag onderscheid tussen mooi en goed. Ik vind een muziekstuk mooi uitgevoerd als het overeenkomt met mijn opvatting maar het is maar zeer de vraag of mijn opvatting de juiste is en dus goed is.

  • Wees je bewust van je eigen vooroordelen. Als je bepaalde muziek of de uitvoering daarvan niet mooi vind, betekent dat niet dat die muziek of die uitvoering daarvan niet goed is.

    Ooit zei een collega-jurylid tijden een optreden van een koor tegen mij dat die fermate niet lang genoeg was en het gezongen forte te weinig forte was. Ik antwoordde met de vraag waar zij in de partituur had zien staan dat de fermate 4,3 seconden en het forte 63,7 decibels moest zijn. Typisch een gevalletje van eigen smaak en niet van objectieve waarneming.

  • Zorg er voor dat je aan de hand van objectieve criteria de kwaliteit van het ensemble jureert (beoordeelt).

    Je ziet vaak op festivals dat er géén of te weinig afspraken zijn gemaakt over wat en hoe te jureren. Meestal resulteert dat in amateuristisch gekakel tijden het juryberaad. “Ik kreeg kippenvel bij dat liedje, dus geef ik ze veel punten”. ‘Kippenvel’ is geen objectief criterium, het krijgen van kippenvel zegt uitsluitend iets over dit jurylid.  “Fantastisch dat die mevrouw in die rolstoel mee kan doen in dit koor, dat ontroert mij en daarom geef ik hogere punten”. Mee mogen doen als je in een rolstoel zit is geen objectief criterium voor kwaliteit, ontroering ook niet. 

  • Schrijf veel tips en adviezen op waar het ensemble concreet mee aan de slag kan gaan.

Met opmerkingen zoals ‘blijf werken aan de intonatie’ of ‘de ritmiek kan iets duidelijker’ schiet het ensemble niet zoveel op. Schrijf op hoe ze die intonatie en die ritmiek kunnen verbeteren! Stel je voor dat je zelf met dit ensemble aan het repeteren bent, wat zou je op dat moment dan doen en zeggen?

  • Wees je er van bewust dat je ook héél veel niet waarneemt. De mens heeft maar een beperkte cognitieve capaciteit en kan daarom niet alles volledig en objectief waarnemen én beoordelen in het relatief korte tijdvlak van één optreden waarbij op intonatie, ritmiek, uitspraak, verstaanbaarheid, presentatie enzovoorts moet worden gelet. Laat staan een heel optreden!

    Soms kan het verstandig zijn om binnen een jury een aantal taken te verdelen. De één let bijvoorbeeld wat meer op de technische aspecten en een ander jurylid wat meer op de artistieke aspecten of op de presentatie. 

  • Klep niet over wat in een juryberaad is besproken.

    Zorg voor een grote eensgezindheid binnen een jury. Ga na afloop een koor of dirigent van een koor niet vertellen dat ze hun winst voornamelijk aan jouw punten hebben te danken of dat ze hun verlies te danken hebben aan de juryvoorzitter die vond dat iedereen de punten naar beneden moest bijstellen.

Het zingen van Lichte Muziek in België

Het zingen van lichte muziek

Onbekend maakt onbemind óf koudwatervrees?

Enige tijd geleden verzocht de redactie van het Belgische blad ‘Stemband’ mij een opiniërend artikel te schrijven over de interactie tussen klassieke en lichte muziek in de koorwereld – en het groeiende belang ervan. Die uitdaging heb ik graag aangenomen. Als zelfs een gerenommeerd ‘klassiek’ componist als Kurt Bikkembergs mij prachtige close-harmony-arrangementen van zijn hand laat zien, en als ook een gerenommeerd koor als Camerata Aetas Nova zich serieus laat coachen in close harmony, dan concludeer ik dat de lichte muziek in België ook de aandacht heeft van componisten en dirigenten van buiten het circuit van de lichte koormuziek.

Een poging tot definiëring

Eigenlijk is de term ‘lichte muziek’ nogal vaag en onhandig. Meestal wordt ermee bedoeld alle muziek die niet ‘klassiek’ is – en daarmee introduceren we nóg een vage en onhandige term. Is klassieke muziek nu de muziek die is geschreven in de zogenaamde klassieke periode van Haydn, Mozart en Beethoven of valt onder deze term alle ‘kunstmuziek’ vanaf pakweg 1550 tot vandaag? Waar ligt de grens tussen ‘klassieke’ en ‘lichte’ muziek?

De term ‘lichte muziek’ is in Nederland stevig ingeburgerd om aan te geven dat het gaat om een totaal andere muziekpraktijk dan de klassieke muziek. Helaas hebben we geen goed alternatief.

Doorgaans hanteren musici de term lichte muziek voor alle stijlen die niet tot de klassieke muziek behoren. Hieronder vallen popmuziek, jazz, shantyliedjes, smartlappen en vaak ook volksmuziek en gospel. En dan nog blijft deze term arbitrair.

Wat mij betreft ligt de oorsprong van de lichte muziek bij het ontstaan van de musical zo rond 1920. Je moet ergens de grens trekken, nietwaar? Velen beschouwen de musical Showboat, met prachtige songs als “Ol’ Man River” en “Can’t Help Lovin’ Dat Man”, als de eerste echte volwassen musical.

Misverstanden

Toch nog even een paar misverstanden uit de wereld helpen.
• Lichte muziek is lang niet altijd ‘lichte’ (makkelijk verteerbare) of eenvoudige muziek. Om deze muziek goed te kunnen zingen (of spelen) is (véél) meer nodig dan men soms denkt!
• Lichte muziek is vooral voor jongeren. Ik zie en hoor heel wat lichte-muziekkoren en tref daar met grote regelmaat 50- en 60-plussers aan.

Waarom ook lichte muziek zingen

Ik heb veel zangers, veelal ook lid van een klassiek koor, gevraagd waarom zij (ook) lichte muziek zingen. Veelvoorkomende opmerkingen zijn:

• Bij lichte muziek heb ik meer het gevoel met mijn hele zijn en lijf te zingen.
• Ik ervaar een betere tekstbeleving (de teksten staan vaak dichter bij de persoonlijke beleving).
• Ik heb meer en plezieriger contact met het publiek.
• Ik ervaar bij klassieke muziek de noodzaak voor een betere stembeheersing, terwijl ik bij lichte muziek juist de ritmiek en tekstinterpretatie als uitdagend beschouw.
• Lichte muziek ligt in het algemeen dichter bij jezelf als uitvoerende, maar in veel gevallen ook bij de toehoorder; het komt gemakkelijker binnen bij de toehoorder zonder de barrière van ‘ingewikkeld’ of ‘bedacht’.
• Met lichte muziek is (visueel) contact met de toehoorder sneller gelegd en bijna vanzelfsprekend.
• Lichte muziek is vaak ‘lijfelijker’ dan veel ‘serieuze’ muziek, maar klassieke muziek is soms ontroerender.
• Het is meer extravert, je zingt (nog) meer met je hart, je schuurt lekker tegen andere stemmen aan (close harmony), je bent heerlijk met ritme bezig (vocal jazz), het mag wat ‘losser’.
• Je hebt vaak een dankbaarder publiek.
• Erotischer en sexy.

Verschillen in koorculturen binnen de lichte muziek

Ook binnen de lichte muziek bestaan verschillende culturen. Barbershop is erg gericht op presentatie, inclusief de dirigent. Bij veel popkoren speelt het sociale element een minstens zo grote rol als het muzikaal-artistieke element. Vaak zijn de door popkoren gezongen arrangementen tamelijk eenvoudig, waarbij ik onmiddellijk aanteken dat er de laatste jaren in Nederland heel goede popkoren naar voren zijn gekomen, met steeds betere en interessantere arrangementen! De vocal groups zingen meestal close-harmony-arrangementen van jazz en pop; zij zoeken het meer in de artistieke uitdaging.

Dirigenten, de spinnen in het web

Zo’n 20 jaar geleden zag de toenmalige landelijk overkoepelende korenorganisatie (SNK) het belang in van training van dirigenten voor lichte-muziekkoren. Er werd een tweejarige opleiding in het leven geroepen. Ik was destijds cursusleider en docent slagtechniek en repetitiemethodiek. Studenten waren stomverbaasd dat ze onafhankelijkheidstraining kregen, en eenvoudige secco- en accompagnato-recitatieven (Händel en Bach) moesten leren dirigeren. In het begin hoorde ik vaak: ‘We zijn hier toch voor lichte muziek?’ In mijn opvatting is dirigeren echter een ambacht dat je moet leren, ongeacht de soort muziek die je dirigeert. Na veel jaren kom ik nog weleens oud-cursisten tegen die me achteraf dankbaar zijn voor de ‘klassieke’ oefenstof. Daarnaast hadden de cursisten les in lichte-muziektheorie, arrangeerles, vocale training en een practicum om het geleerde meteen in de praktijk te brengen. De toelatingseisen waren: enige basiskennis van de algemene muziekleer, het kunnen kennen en herkennen van grote en kleine drieklanken en het dominant septiem-akkoord, een eigen ensemble hebben (koor, blokfluitensemble, accordeonorkest, enz.), tijd om te studeren en enthousiasme. De opleiding bleek een schot in de roos en bestaat nog steeds, nu georganiseerd door BALK, de Bond voor A capella en Lichte muziek zingende Koren en zanggroepen.
Ook het niveau van de lichte-muziekkoren wordt in hoge mate bepaald door de man of vrouw die ervoor staat. Op de koorfestivals waar ik jureer (zowel licht als klassiek) zijn de winnende koren vaak koren met een goed geschoolde dirigent ervoor. Meestal zijn dat dirigenten met een (klassieke) opleiding koordirectie of met een opleiding schoolmuziek én affiniteit met lichte muziek.
Mede dankzij de goede bijscholingscursussen voor amateurdirigenten is ook het niveau in de breedte omhooggegaan.
In de laatste jaren heeft het leiden van lichte-muziek koren een grote impuls gekregen door Vocal Leadership. Dit is de vernieuwende manier van koor leiden! De Basis ligt in de methode ‘The Intelligent Choir’, die in de afgelopen tien jaar is ontwikkeld in Denemarken door Jim Daus Hjernøe. Sinds 2015 wordt de methode aangeboden op Codarts Hogeschool voor de Kunsten Rotterdam. De term ‘koordirectie’ wordt vervangen door ‘vocaal leiderschap’. Het grootste speerpunt van de methode is dat de verantwoordelijkheid voor de muziek wordt gedeeld met de koorleden. https://www.vocalleadership.nl

Repertoirekeuze

Voor een muzikaal leider is de keuze en de opbouw van het repertoire heel belangrijk in de scholing van zijn of haar ensemble. Het uitzoeken van goede, aansprekende arrangementen op het niveau van het koor – met daarin een geleidelijke opbouw – is een stevige uitdaging voor een dirigent. Vaak hoor ik koren die repertoire zingen dat ze zelf leuk vinden, maar dat voor de luisteraar niet altijd een genoegen is om naar te luisteren.

Beheersing van de stijlkenmerken

Alle min of meer technische elementen die een koor tot een goed koor maken zijn voor alle koren hetzelfde, ongeacht het repertoire. Zuiverheid, ritmiek, verstaanbaarheid, koorbalans, homogeniteit, enz. zijn allemaal belangrijk.
Maar in artistiek opzicht (interpretatie, frasering, stemgebruik, enz.) zullen we ons terdege bewust moeten zijn van waar we mee bezig zijn. Zowel in de lichte muziek als in de klassieke muziek. Het zingen van een madrigaal van Monteverdi, een cantate van Bach, een motet van Bruckner of de chansons van Hindemith vereist telkens een totaal andere stilistische aanpak, met bijbehorend stemgebruik, frasering, tempo-opvatting, enz. In de lichte muziek maakt het uit of we jazz, pop, musical, gospel of smartlappen zingen.
Voor dirigenten maar ook voor koorleden is het van belang de kenmerken van alle stijlen te kennen, te beheersen en over te kunnen brengen. Wat is ‘swingfeel’, wat is de groove van pop, wat is funky, wat zijn typische lichte-muziekversieringen (inflections), zoals scooping, slide, fall, breath accent, enz.
Wat betreft stemgebruik zijn er veel overeenkomsten met de klassieke zang, maar ook grote verschillen. Het grote verschil is dat klassieke zang moet voldoen aan het klankideaal dat bij klassiek hoort. Pop, jazz en andere ‘moderne’ zangvarianten zijn niet zo onderhevig aan de regels van een klankideaal en bieden vaak meer persoonlijke vrijheid qua smaak en interpretatie.

Presentatie en communicatie

Als dirigent heb ik in de loop der jaren diverse werken gedirigeerd met uiteenlopende ensembles. Van Monteverdi, Brahms en Debussy tot Ter Veldhuis, Manneke en Nees, met klassieke symfonieorkesten, kamerkoren, operakoren en studentenkoren, maar de meeste musiceervreugde zie ik toch steeds meer terug bij de lichte-muziekkoren. De mentale instelling is hier kennelijk anders.
Ik wil niet beweren dat er bij de klassieke koren geen musiceervreugde is, maar ik zie, voel en ervaar die vreugde te weinig. Het contact met het publiek, de communicatie is vaak te weinig of niet aanwezig. Het koor, de uitvoerenden als vervoermiddel tussen muziek en publiek, stagneert vaak al bij de rand van het podium. Laat toch zien dat muziek maken fijn en leuk is, breng je muzikale boodschap over!
‘Wat je ziet hoor je ook,’ is één van mijn opvattingen. Er is ooit eens een onderzoek geweest over het visuele, artistieke en muzikale gebeuren rond de beroemde trompettist Miles Davis. Veel van zijn concerten werden door recensenten als redelijk tot goed omschreven maar de opnamen van diezelfde concerten werden veelal bejubeld. Miles Davis speelde vaak de sterren van de hemel maar deed dat meestal half omgedraaid of met zijn rug naar het publiek. Er was weinig of geen communicatie – en dat hóór je als je erbij bent!
Lichte-muziekkoren communiceren vaak heel goed met het publiek. Het zangplezier spat ervan af! Daartoe kan een vorm van choreografie bijdragen, maar leuke pasjes en choreografische hoogstandjes zijn lang niet altijd nodig. Een interessant bijverschijnsel is dat bij een goede communicatie tussen uitvoerenden en publiek er óók een grotere, meestal non-verbale, communicatie ontstaat tussen het publiek onderling.
Voor het gros van de niet-klassieke koren zou een training podiumpresentatie bijzonder nuttig zijn. De muziek zal echt beter overkomen! In Nederland hebben we een paar uitstekende koorregisseurs die met hun choreografieën en opstelling steeds blijven uitgaan van de muziek.
Ook een belangrijk middel voor een goede communicatie is het uit het hoofd zingen.

In het kader van presentatie en communicatie een klein uitstapje naar de symfonieorkesten. In mijn tijd als cellist in een symfonieorkest gingen wij op een teken van de dirigent staan tijdens het slotapplaus. Als een stel stijve harken. Ik was ontroerd toen ik voor de eerste keer meemaakte dat tijdens het slotapplaus ook alle strijkers zich tot de zaal wendden en zichtbaar het applaus in ontvangst namen. Communicatie en respect!

Conclusie

Ondanks de technische en artistieke verschillen tussen klassieke en lichte-muziekkoren
kan er sprake zijn van wederzijdse inspiratie. Interactie met publiek, programmaopbouw, meer zingen met je lijf, een mooie homogene koorklank, tekstbeleving, stemgebruik, enzovoorts: het zijn allemaal zaken waarbij je van elkaar kunt leren en elkaar kunt vinden.

Weg met het hokjesdenken!

Angels

Op een voor mij nog vroege ochtend kreeg ik een telefoontje van Kurt Bikkembergs, de dirigent van het Nederlands Studenten Kamerkoor: “Wij gaan met het NSK een programma zingen met de titel ‘Angels and Demons’. Wil jij ‘Angels’ van die, hoe heet die man ook alweer, o ja, Williams voor ons arrangeren? Graag in een bezetting ssa-ttb”. Voordat ik het wist had ik al ja gezegd en de telefoon opgehangen. Ik realiseerde me dat ik het repertoire van Robbie Williams nauwelijks kende en ‘Angels’ al helemaal niet. Ook na een paar maal dit liedje te hebben beluisterd raakte ik er nog steeds niet echt opgewonden van. Vervolgens maar de dirigent van het NSK opgebeld met de vraag of ik mijn toezegging kon intrekken. Het antwoord was kort en duidelijk: ‘Nee’.

Maar ja, kan dat. Een liedje arrangeren waar je niet veel mee hebt? Ik dacht van wel!

Aan de slag dus en zoals gewoonlijk eerst van ‘Angels’ een kleine vormanalyse gemaakt. Een wat merkwaardige periodebouw maar wel vanuit de tekst gedacht. Eerlijk gezegd, ik had en kreeg eigenlijk nog steeds niks met dit liedje en zag ook nog niet hoe ik er een interessant arrangement van zou kunnen maken. De bestaande akkoorden zo houden was voor mij geen optie dus eerst maar eens een voor mij wat meer logische akkoordprogressie aanbrengen. Daar doe ik vaak vrij lang over. Meestal zijn er veel meer mogelijkheden en dan moet je keuzes maken. Na een tijdje wat harmonisch worstelen begon ik hoop te krijgen maar nog steeds had ik geen idee welke kant het uit moest gaan. Vervolgens heb ik er een maand niet meer naar gekeken. Op 5 december 2012 werden we opgeschrikt met het bericht dat Dave Brubeck was overleden en toevallig of niet, de avond daarna zou ik mijn a cappella-arrangement van ‘Take Five’ met mijn vocal group uitvoeren. ‘Take Five’, een compositie in 5/4 maat van Paul Desmond, de altsaxofonist van het ‘Dave Brubeck Quartet’.

Ik wist het, ‘Angels’ van Robbie Williams moest in 5/4 maatsoort én met een jazzy groove! Maar daar kwam het volgende probleem, een melodie die in 4/4 maatsoort staat overbrengen naar een 5/4 maar dan op een dusdanige wijze dat het nog steeds herkenbaar is en ook natuurlijk klinkt. Al fietsend, sportend, TV-kijkend en nog meer activiteiten kreeg ‘Angels’ in 5/4, 6/4 en 4/4 maatsoort in mijn hoofd steeds meer vorm. Een intro met zachtjes door elkaar zingende engelen en ik kon dit arrangement afronden. Over het resultaat ben ik tevreden, de zangers van het Nederlands Studentenkoor hebben het met reuze veel plezier gezongen. Het is in alle Universiteitssteden uitgevoerd en ook vele keren in Pécs tijdens Europa Cantat. Als klap op de vuurpijl ook nog 2 in het Amsterdamse Concertgebouw waarvan ook nog 1 keer tijdens een live radio-uitzending vanuit de Spiegelzaal. En dat voor een liedje waar ik helemaal niks mee had (en heb).

Te verkrijgen bij ZoecMusic en een klein stukje te beluisteren op http://youtu.be/9uSgk33RNf4

Proefdirectie

In de tijd dat ik directeur van een muziekschool was vonden veel sollicitanten het, naast 1 of meerdere voorafgaande gesprekken, geven van een proefles als onderdeel van de sollicitatie maar raar. Immers, zij hadden toch een conservatoriumdiploma?

Ook met een potentiële nieuwe dirigent lijkt mij een gesprek, voorafgaande aan een eventuele proefdirectie erg belangrijk. Elkaar informeren over ambities, verwachtingen en koordoelstellingen bepaalt ook of een proefdirectie sowieso zin heeft. Moet je als koor natuurlijk wel helder geformuleerde (haalbare) artistieke doelstellingen hebben.

Oké, er is gepraat, het lijkt goed en er komt een proefdirectie. Waar let je op?

Is de kandidaat inhoudelijk goed voorbereid. Geeft de kandidaat effectieve feedback of is de feedback te algemeen (‘dat klonk beter’ of ‘hmm, niet zo goed’). Is de kandidaat vriendelijk maar wel beslist. Kan de kandidaat ook met de handen laten zien wat hij/zij wil? Heeft de kandidaat een prettig repetitietempo en, niet onbelangrijk, wat zegt je buikgevoel.

Vraag eventueel iemand van buiten erbij die kan adviseren.

Het mooiste zou zijn als je de mogelijk toekomstige dirigent een poosje op proef hebt en afsluit met een klein concertje. Kun je ook de stressbestendigheid beoordelen.

OVER DIRIGEREN

  • Dirigeren met een stok is wat anders dan dirigeren met een stok in de hand!
  • Veel dirigenten doen teveel!

    Overgedrag veroorzaakt ondergedrag. Maak je mede koor- en/of orkestleden medeverantwoordelijk door ze de ruimte te geven!

  • Dirigeren, pianospelen, vioolspelen, drummen, zingen enz. is geen doel maar een middel om muziek te maken
  • Dirigeren is net als tennis; wat je serveert krijg je terug!

  • De maat slaan kan iedereen leren maar dirigeren……………………..

 

JUREREN en de VALKUILEN

OVER HET NUT VAN KOORFESTIVALS, HET JUREREN DAARVAN EN DE VALKUILEN

INLEIDING
WAAROM DOE EIGENLIJK JE MEE?


Al in de oudheid werden er allerlei wedstrijden georganiseerd voor zangers. Destijds mocht je bijvoorbeeld een mooie bruid mee naar huis nemen (Wagner’s ‘Die Meistersinger’), tegenwoordig is je prijs eer en roem en veelvuldig gevraagd om op te treden. Bovendien staat het erg goed in je je CV die de programmaboekjes ‘opsieren’.
Ook is vaak het Gemeentebestuur erg blij om een koor in de stad of het dorp te hebben dat een, of nog liever DE eerste prijs heeft gehaald.
Geen wonder dat er zoveel concoursen en festivals bestaan. In de laatste 5 jaar is het aantal korenfestivals wereldwijd méér dan vervijfvoudigd!
Natuurlijk zijn er meer redenen te bedenken om aan een festival deel te nemen waarop je wordt beoordeeld.
Waarom laten beoordelen? De meeste koren en orkesten die meedoen aan een festival of concours met jurybeoordeling doen dit om uiteenlopende reden zoals:

– een doel hebben om ergens naar toe te werken
– te weten waar zij staan in relatie tot andere ensembles
– inspiratie op te doen van andere ensembles er wat van te leren en daardoor de kwaliteit te verhogen
– om een grotere bekendheid te krijgen
– om het netwerk te verbreedden
– gewoon voor de lol
– Vul maar in………………

WAAROM JURYBEOORDELING OP EEN FESTIVAL?

Jureren van muziekfestivals is dat nu zinvol? Het aanwijzen van het beste koor, het beste orkest, de beste accordeonspeler en de beste kunstfluiter kan en heeft dat zin?

Waarom doen we het eigenlijk? Willen we gewoon beter zijn dan de anderen en vragen daarom een deskundige om dat vast te stellen? En is die deskundige wel echt zo deskundig? Is die deskundige nog steeds zo deskundig als een ander wordt aangewezen als zijnde nog beter?

Jureren van koren en/of instrumentale ensembles bij muziekfestivals komt vaak om de een of andere reden   negatief over. Want is het zo dat juryleden vaak beïnvloed worden en onterechte scores geven? Kun je het zingen of spelen van muziek tijdens zo’n festival of concours wel in een soort wedstrijdvorm gieten?

Kunnen we muzikaliteit beoordelen met een cijfer? Wat maakt de ene uitvoering beter dan een andere?

Ik ga graag in op het nut en onnut daarvan en op de ‘vooroordelen’ die er zijn over juryleden en wat de wetenschappelijke verklaring daarvoor is.

Laat ik me beperken tot de korenfestivals waar ook wordt gejureerd. Festivals dus waar op het einde van de dag wordt verteld wie er het beste heeft gezongen en zich vanaf dat moment het beste mannenkoor, vrouwenkoor, kinderkoor, seniorenkoor, lichte muziekkoor enz van het dorp, de stad, provincie, het land mag noemen. Dit natuurlijk tot aan het volgende festival.

Maar……zou jureren een niet wat grotere doelstelling moeten hebben dan alleen maar een winnaar aanwijzen en dat vaak ook nog op hele vage gronden?

Wat mij betreft zou het belangrijkste doel van het jureren – beoordelen – moeten zijn om als vakmensen te komen met gerichte adviezen en tips om de kwaliteit van de koren te verbeteren. Nog mooier zou het zijn om daarnaast de koren te kunnen coachen door een professionele en ervaren coach die daadwerkelijk een aantal dagdelen aan de slag gaat met koor én dirigent. Een koorfestival is op deze wijze niet alleen een doel maar vooral een middel.

WORDT VERVOLGD

 

Schansker Lente 2019

Tijdens de opening van de ‘Schansker Lente’ in Bad Nieuweschans, waar een maand lang beeldende kunst en muziek samensmolten speelde het ‘Aranea Pianoquartett‘ een bewerking van de ‘Schilderijententoonstelling’ van Moessorgsky. Dit ensemble heeft een bezetting van 2 trompetten , bastrombone en piano. Kort daarop werd ik gevraagd om de ‘Three Preludes for Piano’ van George Gershwin voor dit ensemble te bewerken. Inmiddels staat deze bewerking op hun repertoire!

Momenteel ben ik voor hen bezig om Leonard Bernstein’s Symphonic Dances from ‘West Side Story’ te bewerken. Hoop dit arrangement begin volgend jaar klaar te hebben.

Tijdens de opening op 29 maart 2019 van de volgende ‘Schansker Lente’ in Bad Nieuweschans zullen beide arrangementen hoogstwaarschijnlijk worden gespeeld.

 

© 2020 John Damsma

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑