Het zingen van lichte muziek

Onbekend maakt onbemind óf koudwatervrees?

Enige tijd geleden verzocht de redactie van het Belgische blad ‘Stemband’ mij een opiniërend artikel te schrijven over de interactie tussen klassieke en lichte muziek in de koorwereld – en het groeiende belang ervan. Die uitdaging heb ik graag aangenomen. Als zelfs een gerenommeerd ‘klassiek’ componist als Kurt Bikkembergs mij prachtige close-harmony-arrangementen van zijn hand laat zien, en als ook een gerenommeerd koor als Camerata Aetas Nova zich serieus laat coachen in close harmony, dan concludeer ik dat de lichte muziek in België ook de aandacht heeft van componisten en dirigenten van buiten het circuit van de lichte koormuziek.

Een poging tot definiëring

Eigenlijk is de term ‘lichte muziek’ nogal vaag en onhandig. Meestal wordt ermee bedoeld alle muziek die niet ‘klassiek’ is – en daarmee introduceren we nóg een vage en onhandige term. Is klassieke muziek nu de muziek die is geschreven in de zogenaamde klassieke periode van Haydn, Mozart en Beethoven of valt onder deze term alle ‘kunstmuziek’ vanaf pakweg 1550 tot vandaag? Waar ligt de grens tussen ‘klassieke’ en ‘lichte’ muziek?

De term ‘lichte muziek’ is in Nederland stevig ingeburgerd om aan te geven dat het gaat om een totaal andere muziekpraktijk dan de klassieke muziek. Helaas hebben we geen goed alternatief.

Doorgaans hanteren musici de term lichte muziek voor alle stijlen die niet tot de klassieke muziek behoren. Hieronder vallen popmuziek, jazz, shantyliedjes, smartlappen en vaak ook volksmuziek en gospel. En dan nog blijft deze term arbitrair.

Wat mij betreft ligt de oorsprong van de lichte muziek bij het ontstaan van de musical zo rond 1920. Je moet ergens de grens trekken, nietwaar? Velen beschouwen de musical Showboat, met prachtige songs als “Ol’ Man River” en “Can’t Help Lovin’ Dat Man”, als de eerste echte volwassen musical.

Misverstanden

Toch nog even een paar misverstanden uit de wereld helpen.
• Lichte muziek is lang niet altijd ‘lichte’ (makkelijk verteerbare) of eenvoudige muziek. Om deze muziek goed te kunnen zingen (of spelen) is (véél) meer nodig dan men soms denkt!
• Lichte muziek is vooral voor jongeren. Ik zie en hoor heel wat lichte-muziekkoren en tref daar met grote regelmaat 50- en 60-plussers aan.

Waarom ook lichte muziek zingen

Ik heb veel zangers, veelal ook lid van een klassiek koor, gevraagd waarom zij (ook) lichte muziek zingen. Veelvoorkomende opmerkingen zijn:

• Bij lichte muziek heb ik meer het gevoel met mijn hele zijn en lijf te zingen.
• Ik ervaar een betere tekstbeleving (de teksten staan vaak dichter bij de persoonlijke beleving).
• Ik heb meer en plezieriger contact met het publiek.
• Ik ervaar bij klassieke muziek de noodzaak voor een betere stembeheersing, terwijl ik bij lichte muziek juist de ritmiek en tekstinterpretatie als uitdagend beschouw.
• Lichte muziek ligt in het algemeen dichter bij jezelf als uitvoerende, maar in veel gevallen ook bij de toehoorder; het komt gemakkelijker binnen bij de toehoorder zonder de barrière van ‘ingewikkeld’ of ‘bedacht’.
• Met lichte muziek is (visueel) contact met de toehoorder sneller gelegd en bijna vanzelfsprekend.
• Lichte muziek is vaak ‘lijfelijker’ dan veel ‘serieuze’ muziek, maar klassieke muziek is soms ontroerender.
• Het is meer extravert, je zingt (nog) meer met je hart, je schuurt lekker tegen andere stemmen aan (close harmony), je bent heerlijk met ritme bezig (vocal jazz), het mag wat ‘losser’.
• Je hebt vaak een dankbaarder publiek.
• Erotischer en sexy.

Verschillen in koorculturen binnen de lichte muziek

Ook binnen de lichte muziek bestaan verschillende culturen. Barbershop is erg gericht op presentatie, inclusief de dirigent. Bij veel popkoren speelt het sociale element een minstens zo grote rol als het muzikaal-artistieke element. Vaak zijn de door popkoren gezongen arrangementen tamelijk eenvoudig, waarbij ik onmiddellijk aanteken dat er de laatste jaren in Nederland heel goede popkoren naar voren zijn gekomen, met steeds betere en interessantere arrangementen! De vocal groups zingen meestal close-harmony-arrangementen van jazz en pop; zij zoeken het meer in de artistieke uitdaging.

Dirigenten, de spinnen in het web

Zo’n 20 jaar geleden zag de toenmalige landelijk overkoepelende korenorganisatie (SNK) het belang in van training van dirigenten voor lichte-muziekkoren. Er werd een tweejarige opleiding in het leven geroepen. Ik was destijds cursusleider en docent slagtechniek en repetitiemethodiek. Studenten waren stomverbaasd dat ze onafhankelijkheidstraining kregen, en eenvoudige secco- en accompagnato-recitatieven (Händel en Bach) moesten leren dirigeren. In het begin hoorde ik vaak: ‘We zijn hier toch voor lichte muziek?’ In mijn opvatting is dirigeren echter een ambacht dat je moet leren, ongeacht de soort muziek die je dirigeert. Na veel jaren kom ik nog weleens oud-cursisten tegen die me achteraf dankbaar zijn voor de ‘klassieke’ oefenstof. Daarnaast hadden de cursisten les in lichte-muziektheorie, arrangeerles, vocale training en een practicum om het geleerde meteen in de praktijk te brengen. De toelatingseisen waren: enige basiskennis van de algemene muziekleer, het kunnen kennen en herkennen van grote en kleine drieklanken en het dominant septiem-akkoord, een eigen ensemble hebben (koor, blokfluitensemble, accordeonorkest, enz.), tijd om te studeren en enthousiasme. De opleiding bleek een schot in de roos en bestaat nog steeds, nu georganiseerd door BALK, de Bond voor A capella en Lichte muziek zingende Koren en zanggroepen.
Ook het niveau van de lichte-muziekkoren wordt in hoge mate bepaald door de man of vrouw die ervoor staat. Op de koorfestivals waar ik jureer (zowel licht als klassiek) zijn de winnende koren vaak koren met een goed geschoolde dirigent ervoor. Meestal zijn dat dirigenten met een (klassieke) opleiding koordirectie of met een opleiding schoolmuziek én affiniteit met lichte muziek.
Mede dankzij de goede bijscholingscursussen voor amateurdirigenten is ook het niveau in de breedte omhooggegaan.
In de laatste jaren heeft het leiden van lichte-muziek koren een grote impuls gekregen door Vocal Leadership. Dit is de vernieuwende manier van koor leiden! De Basis ligt in de methode ‘The Intelligent Choir’, die in de afgelopen tien jaar is ontwikkeld in Denemarken door Jim Daus Hjernøe. Sinds 2015 wordt de methode aangeboden op Codarts Hogeschool voor de Kunsten Rotterdam. De term ‘koordirectie’ wordt vervangen door ‘vocaal leiderschap’. Het grootste speerpunt van de methode is dat de verantwoordelijkheid voor de muziek wordt gedeeld met de koorleden. https://www.vocalleadership.nl

Repertoirekeuze

Voor een muzikaal leider is de keuze en de opbouw van het repertoire heel belangrijk in de scholing van zijn of haar ensemble. Het uitzoeken van goede, aansprekende arrangementen op het niveau van het koor – met daarin een geleidelijke opbouw – is een stevige uitdaging voor een dirigent. Vaak hoor ik koren die repertoire zingen dat ze zelf leuk vinden, maar dat voor de luisteraar niet altijd een genoegen is om naar te luisteren.

Beheersing van de stijlkenmerken

Alle min of meer technische elementen die een koor tot een goed koor maken zijn voor alle koren hetzelfde, ongeacht het repertoire. Zuiverheid, ritmiek, verstaanbaarheid, koorbalans, homogeniteit, enz. zijn allemaal belangrijk.
Maar in artistiek opzicht (interpretatie, frasering, stemgebruik, enz.) zullen we ons terdege bewust moeten zijn van waar we mee bezig zijn. Zowel in de lichte muziek als in de klassieke muziek. Het zingen van een madrigaal van Monteverdi, een cantate van Bach, een motet van Bruckner of de chansons van Hindemith vereist telkens een totaal andere stilistische aanpak, met bijbehorend stemgebruik, frasering, tempo-opvatting, enz. In de lichte muziek maakt het uit of we jazz, pop, musical, gospel of smartlappen zingen.
Voor dirigenten maar ook voor koorleden is het van belang de kenmerken van alle stijlen te kennen, te beheersen en over te kunnen brengen. Wat is ‘swingfeel’, wat is de groove van pop, wat is funky, wat zijn typische lichte-muziekversieringen (inflections), zoals scooping, slide, fall, breath accent, enz.
Wat betreft stemgebruik zijn er veel overeenkomsten met de klassieke zang, maar ook grote verschillen. Het grote verschil is dat klassieke zang moet voldoen aan het klankideaal dat bij klassiek hoort. Pop, jazz en andere ‘moderne’ zangvarianten zijn niet zo onderhevig aan de regels van een klankideaal en bieden vaak meer persoonlijke vrijheid qua smaak en interpretatie.

Presentatie en communicatie

Als dirigent heb ik in de loop der jaren diverse werken gedirigeerd met uiteenlopende ensembles. Van Monteverdi, Brahms en Debussy tot Ter Veldhuis, Manneke en Nees, met klassieke symfonieorkesten, kamerkoren, operakoren en studentenkoren, maar de meeste musiceervreugde zie ik toch steeds meer terug bij de lichte-muziekkoren. De mentale instelling is hier kennelijk anders.
Ik wil niet beweren dat er bij de klassieke koren geen musiceervreugde is, maar ik zie, voel en ervaar die vreugde te weinig. Het contact met het publiek, de communicatie is vaak te weinig of niet aanwezig. Het koor, de uitvoerenden als vervoermiddel tussen muziek en publiek, stagneert vaak al bij de rand van het podium. Laat toch zien dat muziek maken fijn en leuk is, breng je muzikale boodschap over!
‘Wat je ziet hoor je ook,’ is één van mijn opvattingen. Er is ooit eens een onderzoek geweest over het visuele, artistieke en muzikale gebeuren rond de beroemde trompettist Miles Davis. Veel van zijn concerten werden door recensenten als redelijk tot goed omschreven maar de opnamen van diezelfde concerten werden veelal bejubeld. Miles Davis speelde vaak de sterren van de hemel maar deed dat meestal half omgedraaid of met zijn rug naar het publiek. Er was weinig of geen communicatie – en dat hóór je als je erbij bent!
Lichte-muziekkoren communiceren vaak heel goed met het publiek. Het zangplezier spat ervan af! Daartoe kan een vorm van choreografie bijdragen, maar leuke pasjes en choreografische hoogstandjes zijn lang niet altijd nodig. Een interessant bijverschijnsel is dat bij een goede communicatie tussen uitvoerenden en publiek er óók een grotere, meestal non-verbale, communicatie ontstaat tussen het publiek onderling.
Voor het gros van de niet-klassieke koren zou een training podiumpresentatie bijzonder nuttig zijn. De muziek zal echt beter overkomen! In Nederland hebben we een paar uitstekende koorregisseurs die met hun choreografieën en opstelling steeds blijven uitgaan van de muziek.
Ook een belangrijk middel voor een goede communicatie is het uit het hoofd zingen.

In het kader van presentatie en communicatie een klein uitstapje naar de symfonieorkesten. In mijn tijd als cellist in een symfonieorkest gingen wij op een teken van de dirigent staan tijdens het slotapplaus. Als een stel stijve harken. Ik was ontroerd toen ik voor de eerste keer meemaakte dat tijdens het slotapplaus ook alle strijkers zich tot de zaal wendden en zichtbaar het applaus in ontvangst namen. Communicatie en respect!

Conclusie

Ondanks de technische en artistieke verschillen tussen klassieke en lichte-muziekkoren
kan er sprake zijn van wederzijdse inspiratie. Interactie met publiek, programmaopbouw, meer zingen met je lijf, een mooie homogene koorklank, tekstbeleving, stemgebruik, enzovoorts: het zijn allemaal zaken waarbij je van elkaar kunt leren en elkaar kunt vinden.

Weg met het hokjesdenken!