Tijdens een voorronde voor seniorenkoren van het Nederlands Koorfestival was er één koor dat voldoende punten had behaald en in aanmerking kwam voor de halve finale die een maand of 5 later plaatsvinden.

Het koor heeft toen 5 maanden lang wekelijks optredens verzorgd in bijna alle verzorgingshuizen die er maar waren te vinden in Noord Nederland om daarmee veel ervaring te kunnen opdoen voor het optreden tijdens die halve finale.

Echter, tijdens dit optreden bleek dat er zeer veel slordigheden en vreemde routines waren ingeslopen. Het optreden was dan ook niet al te best.

Tijdens de dirigent tijdens de bekendmaking de punten hoorde werd hij zo boos dat hij schreeuwend en met zijn wandelstok om zich heen slaand het podium op kwam. Ik moest het als juryvoorzitter ontgelden. Door de organisatie werd nog een heldhaftige poging gedaan om, met gevaar voor eigen leven, deze dirigent te kalmeren en zijn wandelstok af te pakken maar de man was door het dolle heen. Ik probeerde van het podium af te komen om samen met mijn collega-juryleden naar de jurykamer te vluchten maar halverwege de zaal stond het gehele koor ons tegen te houden.

‘Ik ga de beschermheer van ons koor hier over inlichten’ riep de voorzitter naar mij. In een poging wat tijd te rekken en ze wat te laten kalmeren vroeg ik hem: ‘Wie is dat dan?’ ‘Dat is Ernst Daniel Smid’ zei hij nog steeds uiterst boos. ‘Nooit van gehoord’ zei ik, maar toen waren de rapen helemaal gaar. Maar goed dat hij niet had gezegd dat het Marco Bakker was want dan ik hem waarschijnlijk gevraagd of dat de vader van Herman Brood was.

De dirigent had zich er inmiddels ook bij gevoegd en riep: ‘Schande voor een juryvoorzitter dat hij nooit van Ernst Daniel Smid heeft gehoord’.
Inmiddels had ik gezien dat er wat ruimte was gekomen en gebaarde ik mijn collega’s maar snel naar de jurykamer te vertrekken.
Inmiddels stonden ook leden van de andere koren er omheen en begonnen te discussiëren met de dirigent en de voorzitter. Ik zag mijn kans schoon om ook snel de jurykamer te bezoeken.

We hebben er nog lang over nagepraat in het café om de hoek en van de beschermheer hebben we nooit iets vernomen en van het koor ook niet meer.