In Nederland hebben we ongeveer 40.000 koren en vocale ensembles. Ongeveer 1,5 miljoen mensen zingt in een koor en dat is 10% van de bevolking. Ter vergelijking; ongeveer 1,1 miljoen Nederlanders doen aan voetbal.

De behoefte van zangers verandert. Aan de ene kant richten koren zich steeds meer op nieuwe muziekstijlen zoals pop, close harmony en jazz. Tegelijkertijd zien we aan de andere kant de traditionele koren wat vergrijzen.

Nationale, provinciale en lokale subsidies verdwijnen of verminderen en op de basisscholen wordt heel weinig gezongen. Er zijn impulsen om op de basisscholen weer meer te gaan zingen, ik denk dat we daar over jaren pas iets van zullen gaan merken.

Er zijn ongeveer 40.000 koren, groot en klein, in Nederland, maar per jaar studeren er zo’n 5 tot 8 professionele dirigenten af van de conservatoria en via diverse cursussen ongeveer 25 amateur dirigenten. De huidige situatie is niet ideaal. Veel koren hebben een dirigent die eigenlijk nauwelijks over voldoende kennis beschikt om een koor of vocaal ensemble te kunnen leiden.

Momenteel is een aantal organisaties bezig om in overleg met de overheid de situatie te verbeteren, maar er zal nog veel water door de Rijn moeten vloeien voordat ook de politiek overstag zal gaan. Samen zingen staat niet zo hoog op de politieke agenda. Nog steeds geldt het adagium ‘Eerst brood, dan spelen’.

Voorlopig zie ik nog geen verbetering maar in Nederland wordt héél véél gezongen. En dat is goed!